Zojuist mijn Twitter-geheugen opgefrist. Het kan mij nog altijd niet bekoren. Twitter blijft een zwak vogeltje. Ik las het artikel "Bibliotheken verkennen het gebruik van Twitter". Het argument in de ondertitel is dat o.a. Paris Hilton het ook doet. Paris Hilton komt weinig in de bibliotheek en dus is dat een zwak argumentje.
Niettemin, als bewijs van mijn goede wil heb ik mij aangemeld als follower.
Twitteren is en blijft Kwetteren. Laten we er dan ook als dusdanig mee omgaan. Er zijn zéér interessante en boeiende blogs, facebookpagina's, forums, sites, films, musea en tentoonstellingen, publicaties zoals tijdschriften of boeken, van pockets over dichtbundels tot luxueuze kunstboeken, zonder dat we daarom een kip zonder kop zouden volgen.
zaterdag 4 december 2010
woensdag 3 maart 2010
Het Gele Gevaarte
Ik heb de oplossing gevonden van mijn Aladin-vraag (2 april 2009 op deze blog).
In de bibliotheek!
Wanneer men in de middeleeuwen wilde varen van, laat ons zeggen Portugal naar Amerika (om dit te ontdekken b.v.) kon men gemakkelijk weten of men teveel naar links of naar recht afweek. Daartoe werd d.m.v. de sterren de breedtegraad berekend. Maar nooit wist iemand hoever ze van Portugal of Amerika verwijderd waren want geen kat kon lengtegraden berekenen. Het varen op open zee was hierdoor heel beperkt en onnoemlijk veel schipbreuken waren het gevolg. Honderden methodes werden uitgeprobeerd, sommige belachelijk, sommige gruwelijk, sommige vernuftig. Nog in het begin van de achttiende eeuw loofde het Britse koningshuis een beloning uit voor wie een antwoord bedacht. Pas in 1764 werd het probleem opgelost. Over die eeuwenlange zoektocht schreef Dava Sobel een heel leesbaar boekje: “Lengtegraad”.
Wanneer men dan terzelfdertijd weet dat een halve eeuw voor Columbus de Chinezen met een enorme vloot de wereld rondvoeren dan vraagt men zich af hoe de Chinezen tegen het lengtegraadprobleem aankeken.
“Aladin” wist het ook niet.
In “1434” van Gavin Menzies staat het antwoord. Te technisch om hier weer te geven maar het boek, uit 2008, staat vol verrassingen: Christoffel Columbus, op weg naar Amerika, was in het bezit van een kaart van Amerika. Ondanks een hoog von Dänikengehalte spelen niet de goden maar de Chinezen hier een rol. Ik citeer even uit de achterflap: “… Onder leiding van Zheng He voer deze vloot uit naar alle hoeken van de wereld om de Chinese kennis en beschaving op de ‘barbaren’ over te brengen. In 1434 arriveerde een vloot van vele honderden schepen in Toscane. In Florence ontmoetten de Chinezen paus Eugenius IV aan wie ze hun rijke kennis en diepe inzichten op talloze gebieden presenteerden (…) In zijn boek laat Menzies met overtuigend bewijsmateriaal zien dat dit geschenk van doorslaggevende invloed is geweest op de ontwikkeling van de renaissance, inclusief de mechanische ontwerpen van Leonardo da Vinci, de Copernicaanse Revolutie en de ontdekkingen van Galilei.”
De ondertitel van het boek luidt dan ook “Het jaar waarin China de Italiaanse renaissance deed ontbranden”.
In de bibliotheek!
Wanneer men in de middeleeuwen wilde varen van, laat ons zeggen Portugal naar Amerika (om dit te ontdekken b.v.) kon men gemakkelijk weten of men teveel naar links of naar recht afweek. Daartoe werd d.m.v. de sterren de breedtegraad berekend. Maar nooit wist iemand hoever ze van Portugal of Amerika verwijderd waren want geen kat kon lengtegraden berekenen. Het varen op open zee was hierdoor heel beperkt en onnoemlijk veel schipbreuken waren het gevolg. Honderden methodes werden uitgeprobeerd, sommige belachelijk, sommige gruwelijk, sommige vernuftig. Nog in het begin van de achttiende eeuw loofde het Britse koningshuis een beloning uit voor wie een antwoord bedacht. Pas in 1764 werd het probleem opgelost. Over die eeuwenlange zoektocht schreef Dava Sobel een heel leesbaar boekje: “Lengtegraad”.
Wanneer men dan terzelfdertijd weet dat een halve eeuw voor Columbus de Chinezen met een enorme vloot de wereld rondvoeren dan vraagt men zich af hoe de Chinezen tegen het lengtegraadprobleem aankeken.
“Aladin” wist het ook niet.
In “1434” van Gavin Menzies staat het antwoord. Te technisch om hier weer te geven maar het boek, uit 2008, staat vol verrassingen: Christoffel Columbus, op weg naar Amerika, was in het bezit van een kaart van Amerika. Ondanks een hoog von Dänikengehalte spelen niet de goden maar de Chinezen hier een rol. Ik citeer even uit de achterflap: “… Onder leiding van Zheng He voer deze vloot uit naar alle hoeken van de wereld om de Chinese kennis en beschaving op de ‘barbaren’ over te brengen. In 1434 arriveerde een vloot van vele honderden schepen in Toscane. In Florence ontmoetten de Chinezen paus Eugenius IV aan wie ze hun rijke kennis en diepe inzichten op talloze gebieden presenteerden (…) In zijn boek laat Menzies met overtuigend bewijsmateriaal zien dat dit geschenk van doorslaggevende invloed is geweest op de ontwikkeling van de renaissance, inclusief de mechanische ontwerpen van Leonardo da Vinci, de Copernicaanse Revolutie en de ontdekkingen van Galilei.”
De ondertitel van het boek luidt dan ook “Het jaar waarin China de Italiaanse renaissance deed ontbranden”.
zondag 27 september 2009
Planeet Google
Op de laatste bladzijde van ‘Planeet Google’ staat een merkwaardige opmerking.
De voorafgaande bladzijden behandelen de opkomst en de snelle ontwikkeling van Google gelinkt aan de snelle ontwikkeling van het Internet. Het boek beschrijft hoe Google tewerk gaat om àlle kennis en informatie ter wereld te beheren. Bedrijven worden overgenomen, personeel wisselt en in tien jaar tijd is er zodanig veel gebeurd dat het amper bij te houden is. Niemand had zich die snelheid kunnen voorstellen, laat staan voorspellen.
Tot op de laatste bladzijde aan Eric Schmidt, CEO van Google, een schatting gevraagd wordt van de tijd die Google nodig denkt te hebben om alle informatie op aarde te verzamelen. Schmidt antwoordt: ‘We hebben wat rekenwerk gedaan en we kwamen uit op driehonderd jaar.’
Twee middeleeuwse termen in één antwoord: ‘Driehonderd jaar’, en ‘wat rekenwerk doen’.
Eric Schmidt zit er 10 jaar met zijn neus bovenop hoe razendsnel de wereld verandert en ineens is de aarde terug plat. Had hij dan nog gezegd vijf jaar, of nog eens tien jaar. Zal Google er nog staan binnen 300 jaar? En zo ja, nog op dezelfde manier? Zullen er nog computers zijn? Of eerders iets bionisch? Iets met een Chinese naam? Of iets wat we ons nu niet kunnen voorstellen, laat staan voorspellen?
Zal er in de loop van de komende 300 niet ondertussen nog wat kennis bijkomen? En wat voor soort kennis zal dat zijn? Met welke parameters zou Schmidt dàt ingecalculeerd hebben in het ‘rekenwerk’?
De voorafgaande bladzijden behandelen de opkomst en de snelle ontwikkeling van Google gelinkt aan de snelle ontwikkeling van het Internet. Het boek beschrijft hoe Google tewerk gaat om àlle kennis en informatie ter wereld te beheren. Bedrijven worden overgenomen, personeel wisselt en in tien jaar tijd is er zodanig veel gebeurd dat het amper bij te houden is. Niemand had zich die snelheid kunnen voorstellen, laat staan voorspellen.
Tot op de laatste bladzijde aan Eric Schmidt, CEO van Google, een schatting gevraagd wordt van de tijd die Google nodig denkt te hebben om alle informatie op aarde te verzamelen. Schmidt antwoordt: ‘We hebben wat rekenwerk gedaan en we kwamen uit op driehonderd jaar.’
Twee middeleeuwse termen in één antwoord: ‘Driehonderd jaar’, en ‘wat rekenwerk doen’.
Eric Schmidt zit er 10 jaar met zijn neus bovenop hoe razendsnel de wereld verandert en ineens is de aarde terug plat. Had hij dan nog gezegd vijf jaar, of nog eens tien jaar. Zal Google er nog staan binnen 300 jaar? En zo ja, nog op dezelfde manier? Zullen er nog computers zijn? Of eerders iets bionisch? Iets met een Chinese naam? Of iets wat we ons nu niet kunnen voorstellen, laat staan voorspellen?
Zal er in de loop van de komende 300 niet ondertussen nog wat kennis bijkomen? En wat voor soort kennis zal dat zijn? Met welke parameters zou Schmidt dàt ingecalculeerd hebben in het ‘rekenwerk’?
zondag 19 juli 2009
woensdag 1 juli 2009
Sociaal
Enkele aanvullingen bij het lijstje ‘dingen die niet lukken’ : De handomdraai waarmee ik met Widgetbox een stukje code op een website kan plaatsen is een slag in het water.
Lijstjes maken op Zoeken.bibliotheek lukt. Maar ik kan ze niet, zoals mijn collega ‘wasikmaar23’, op mijn blog plaatsen. En een schermafbeelding importeren is te zielig. Konikzemaaralle23!
Ik moet het hele My Discoveriesverhaal nog eens herlezen want ook importeren vanuit Librarything gaat niet.
Ik las de samenvatting van het artikel ‘Zoeken in de catalogus: tien trends’ en ik las ook de reacties op het artikel. Een zeker Patrick Vanhoucke schrijft ‘Ik wil geen klaagzang aanheffen, maar wij - bibliotheken - kunnen het tempo van wat technologisch haalbaar is niet volgen’. Waarop hij de verschilllende redenen opnoemt waardoor dit niet kan.
Toen er ernstig over gedacht werd vliegtuigen uit te vinden waren er mensen die beweerden dat deze nooit bruikbaar zouden zijn. Het menselijk lichaam kon nooit de druk als gevolg van de fabelachtige snelheden, weerstaan.
Dit bleek evengoed een misrekening als het verhaal van de koeien die geen melk meer produceerden zolang de stoomtrein lang hun weide passeerde.
Maar dit: Ruimtereizen vinden hun beperking niet zozeer in moeilijke technologische problemen maar in het simpele feit dat de mannen in de raket water drinken. Een reis naar Mars zit er voorlopig niet in want de watervoorraad is een hinderpaal.
Hoogbouw kan technisch gezien nog uitgebreid worden. De ingenieurs zijn er, het materiaal is er. Maar de mensen die op de 140ste verdieping moeten zijn nemen de lift. Het stijgend aantal verdiepingen doet het aantal liftgebruikers toenemen (stijgen) en dus ook het aantal noodzakelijke liften. Onbeperkte hoogbouw wordt tegengehouden doordat een te groot deel van het vloeroppervlak uiteindelijk uit lift zou bestaan. Dat de mens de maat van de dingen is, is misschien niet helemaal waar, maar hij spreekt er toch een woordje in mee.
‘Computer en internet in het onderwijs’ is technisch geen probleem. Maar het personeel bestaat voor een deel uit leerkrachten, die weliswaar geen klaagzang willen aanheffen, maar die het tempo van wat technologisch haalbaar is, niet kunnen volgen.
Vervang leerkrachten door bibliotheekpersoneel, vervang personeel door gebruiker…
Lijstjes maken op Zoeken.bibliotheek lukt. Maar ik kan ze niet, zoals mijn collega ‘wasikmaar23’, op mijn blog plaatsen. En een schermafbeelding importeren is te zielig. Konikzemaaralle23!
Ik moet het hele My Discoveriesverhaal nog eens herlezen want ook importeren vanuit Librarything gaat niet.
Ik las de samenvatting van het artikel ‘Zoeken in de catalogus: tien trends’ en ik las ook de reacties op het artikel. Een zeker Patrick Vanhoucke schrijft ‘Ik wil geen klaagzang aanheffen, maar wij - bibliotheken - kunnen het tempo van wat technologisch haalbaar is niet volgen’. Waarop hij de verschilllende redenen opnoemt waardoor dit niet kan.
Toen er ernstig over gedacht werd vliegtuigen uit te vinden waren er mensen die beweerden dat deze nooit bruikbaar zouden zijn. Het menselijk lichaam kon nooit de druk als gevolg van de fabelachtige snelheden, weerstaan.
Dit bleek evengoed een misrekening als het verhaal van de koeien die geen melk meer produceerden zolang de stoomtrein lang hun weide passeerde.
Maar dit: Ruimtereizen vinden hun beperking niet zozeer in moeilijke technologische problemen maar in het simpele feit dat de mannen in de raket water drinken. Een reis naar Mars zit er voorlopig niet in want de watervoorraad is een hinderpaal.
Hoogbouw kan technisch gezien nog uitgebreid worden. De ingenieurs zijn er, het materiaal is er. Maar de mensen die op de 140ste verdieping moeten zijn nemen de lift. Het stijgend aantal verdiepingen doet het aantal liftgebruikers toenemen (stijgen) en dus ook het aantal noodzakelijke liften. Onbeperkte hoogbouw wordt tegengehouden doordat een te groot deel van het vloeroppervlak uiteindelijk uit lift zou bestaan. Dat de mens de maat van de dingen is, is misschien niet helemaal waar, maar hij spreekt er toch een woordje in mee.
‘Computer en internet in het onderwijs’ is technisch geen probleem. Maar het personeel bestaat voor een deel uit leerkrachten, die weliswaar geen klaagzang willen aanheffen, maar die het tempo van wat technologisch haalbaar is, niet kunnen volgen.
Vervang leerkrachten door bibliotheekpersoneel, vervang personeel door gebruiker…
zaterdag 13 juni 2009
LibraryThing
Een half jaar geleden was ik begonnen wat boeken uit mijn kast toe te voegen aan mijn LibraryThingaccount maar er is meer mee te doen. Je kunt uitzoeken welke prijsbeesten er in je boekenkast liggen. Welke boeken hebben welke prijzen gewonnen, je kunt een lijst krijgen met alle personages en figuranten of locaties uit je boeken. Ik heb tientallen boeken van P.G. Wodehouse gelezen, met in de hoofdrol de onovertroffen butler ‘Jeeves’, (ondertussen gedigitaliseerd in AskJeeves) maar ik had niet kunnen raden dat de voornaam van Jeeves Reginald is. Als iemand ooit alleen uit achternaam bestaan heeft is het Jeeves.
Je kunt natuurlijk ook nagaan met wie je je voorkeuren deelt. Henthecu, Razorsoccam of Wiepie, wie zijn ze, ik weet het niet maar we lezen elkaars boeken.
“Tijdbeeld” (Nieuw: Tijdbeeld nu ook in het Nederlands!) is een lijst van lijsten. De top van de meest gelezen auteurs, de populairste boeken, de courantste tags, de meest besproken boeken…
Als je een goed boek zoekt ga even langs LibraryThing voor je de bibliotheek binnenstapt.
Als je een goed boek gelezen heb, stop het erin voor je het terugbrengt.
Je kunt natuurlijk ook nagaan met wie je je voorkeuren deelt. Henthecu, Razorsoccam of Wiepie, wie zijn ze, ik weet het niet maar we lezen elkaars boeken.
“Tijdbeeld” (Nieuw: Tijdbeeld nu ook in het Nederlands!) is een lijst van lijsten. De top van de meest gelezen auteurs, de populairste boeken, de courantste tags, de meest besproken boeken…
Als je een goed boek zoekt ga even langs LibraryThing voor je de bibliotheek binnenstapt.
Als je een goed boek gelezen heb, stop het erin voor je het terugbrengt.
vrijdag 22 mei 2009
Een gezicht spreekt boekdelen.
Godfried Bomans, die in zijn leven onnoemlijk veel figuren heeft geïnterviewd, had ooit een gesprek met professor Pilsky, maankenner. Toen Bomans een vraag stelde naar de bewoonbaarheid van de maan onderbrak de professor hem. ‘Wij hebben alleen te maken met de vraag: hoe komen we er? Wat we er doen moeten als we er eenmaal zijn, daarmee bemoeit het congres zich niet. Dan moet u bij m’n broer (‘Piet’) wezen. Die zit in de kamer hiernaast.’ Het verdere gesprek met de geleerden verloopt verwarrend. (Piet: ‘Wij hebben alleen te maken met de vraag wat doen we er. Hoe we er kómen moeten, daarmee bemoeit onze afdeling zich niet. Dan moet u bij m’n broer wezen. Die zit in de kamer hiernaast.’)
Facebook laat zien dat we er wel komen. Wat we er moeten gaan doen is niet altijd duidelijk.
Op 1001 manieren kan je jezelf ondertussen bekend maken, met een weblog of met een sociaal netwerk, mailen, foto’s en documenten plaatsen, vrienden maken, uitnodigen en delen, chatten, samenwerken, groepen vormen. Het groeiend aanbod wordt zo groot dat ook de overlapping groeit.
Facebook was de eerste applicatie waarmee ik kennismaakte. Niet toevallig, want het is een van de populairste. Toen ik bezig was met het ontdekken ervan starte 23dingen.be en voor we het wisten maakten we een weblog met een eerste profiel, schreven we berichten, die we deelden, plaatsten we foto’s en documenten, maakten we meer profielen, werkten we samen, vormden we groepen, deelden we muziek…en konden we ondervinden hoezeer al die dingen mekaar voor een groot stuk overlappen.
Zoals deze laatste alinea de vorige overlapt.
Als een bibliotheek een nieuwsbrief en een weblog, een degelijke website met de nodig links en een weblog heeft, is het dan nog nodig dat ze twittert? Is facebook dan een meerwaarde?
Ik zou denken van niet. Maar ik ben een buitenstaander die geen ervaring heeft met bibliotheekwerk.
Ik ben echter niet alleen een buitenstaander: ik heb tientallen jaren ervaring als klant. Die klant denkt: hou het eenvoudig en overzichtelijk. De facebookpagina van de bibliotheek permeke is verwarrend wat o.a. ligt aan de layout van facebook maar ook de inhoud doet mij niet vermoeden dat ik daar interessante dingen zal te weten komen die ik via de rustige en overzichtelijke website niet zou vinden.
Ik lees de nieuwsbrief van Locus en volg regelmatig een link die mij interesseert. Ik weet mijn weg naar de website van Locus. Ik heb, als gebruiker, geen behoefte aan Locus op facebook. Schrijven is schrappen.
Een groot deel van het backoffice bibliotheekwerk, de opmaak van de catalogus, de indeling van het gebouw en de plaatsing van de materialen, de ontsluiting in het algemeen, heeft het doel voor ogen: eenvoud en overzicht. Een pijltje hier, een bordje daar. Vriendelijk personeel. In de meeste bibliotheken is dat ook zo. Laat de bibliothecaris thuis in een rommelhok wonen, in de bibliotheek is het helder en staat alles op zijn plaats.
Facebook laat zien dat we er wel komen. Wat we er moeten gaan doen is niet altijd duidelijk.
Op 1001 manieren kan je jezelf ondertussen bekend maken, met een weblog of met een sociaal netwerk, mailen, foto’s en documenten plaatsen, vrienden maken, uitnodigen en delen, chatten, samenwerken, groepen vormen. Het groeiend aanbod wordt zo groot dat ook de overlapping groeit.
Facebook was de eerste applicatie waarmee ik kennismaakte. Niet toevallig, want het is een van de populairste. Toen ik bezig was met het ontdekken ervan starte 23dingen.be en voor we het wisten maakten we een weblog met een eerste profiel, schreven we berichten, die we deelden, plaatsten we foto’s en documenten, maakten we meer profielen, werkten we samen, vormden we groepen, deelden we muziek…en konden we ondervinden hoezeer al die dingen mekaar voor een groot stuk overlappen.
Zoals deze laatste alinea de vorige overlapt.
Als een bibliotheek een nieuwsbrief en een weblog, een degelijke website met de nodig links en een weblog heeft, is het dan nog nodig dat ze twittert? Is facebook dan een meerwaarde?
Ik zou denken van niet. Maar ik ben een buitenstaander die geen ervaring heeft met bibliotheekwerk.
Ik ben echter niet alleen een buitenstaander: ik heb tientallen jaren ervaring als klant. Die klant denkt: hou het eenvoudig en overzichtelijk. De facebookpagina van de bibliotheek permeke is verwarrend wat o.a. ligt aan de layout van facebook maar ook de inhoud doet mij niet vermoeden dat ik daar interessante dingen zal te weten komen die ik via de rustige en overzichtelijke website niet zou vinden.
Ik lees de nieuwsbrief van Locus en volg regelmatig een link die mij interesseert. Ik weet mijn weg naar de website van Locus. Ik heb, als gebruiker, geen behoefte aan Locus op facebook. Schrijven is schrappen.
Een groot deel van het backoffice bibliotheekwerk, de opmaak van de catalogus, de indeling van het gebouw en de plaatsing van de materialen, de ontsluiting in het algemeen, heeft het doel voor ogen: eenvoud en overzicht. Een pijltje hier, een bordje daar. Vriendelijk personeel. In de meeste bibliotheken is dat ook zo. Laat de bibliothecaris thuis in een rommelhok wonen, in de bibliotheek is het helder en staat alles op zijn plaats.
Abonneren op:
Posts (Atom)
