Tijd om de 23 dingen eens opnieuw te overlopen. Na een periode van afzondering, waarbij ik het voorrecht had handschriften uit mijn favoriete negentiende eeuw te mogen scannen, waarbij ik het voorrecht had - telkens mijn medereizigers dit toelieten - dagelijks vier uur of meer volkomen legaal te kunnen besteden aan het lezen van boeken, merk ik dat de wereld veranderd is. Weeral.
Dat wordt dus herinneringen ophalen.
maandag 13 juni 2011
zondag 12 december 2010
Darwin: een boekenliefhebber
Dat Darwin een vogelliefhebber was is geweten. Maar in zijn dagboeken schrijft hij ook het volgende, over boeken: "De voordelen blijken uiteindelijk op te wegen tegen de nadelen: een vrouw is als levensgezel sowieso beter dan een hond maar een nadeel van een vrouw is wel dat je met haar minder geld overhoudt voor boeken".
zaterdag 4 december 2010
Waar zit die heldere zanger? (bis)
Zojuist mijn Twitter-geheugen opgefrist. Het kan mij nog altijd niet bekoren. Twitter blijft een zwak vogeltje. Ik las het artikel "Bibliotheken verkennen het gebruik van Twitter". Het argument in de ondertitel is dat o.a. Paris Hilton het ook doet. Paris Hilton komt weinig in de bibliotheek en dus is dat een zwak argumentje.
Niettemin, als bewijs van mijn goede wil heb ik mij aangemeld als follower.
Twitteren is en blijft Kwetteren. Laten we er dan ook als dusdanig mee omgaan. Er zijn zéér interessante en boeiende blogs, facebookpagina's, forums, sites, films, musea en tentoonstellingen, publicaties zoals tijdschriften of boeken, van pockets over dichtbundels tot luxueuze kunstboeken, zonder dat we daarom een kip zonder kop zouden volgen.
Niettemin, als bewijs van mijn goede wil heb ik mij aangemeld als follower.
Twitteren is en blijft Kwetteren. Laten we er dan ook als dusdanig mee omgaan. Er zijn zéér interessante en boeiende blogs, facebookpagina's, forums, sites, films, musea en tentoonstellingen, publicaties zoals tijdschriften of boeken, van pockets over dichtbundels tot luxueuze kunstboeken, zonder dat we daarom een kip zonder kop zouden volgen.
woensdag 3 maart 2010
Het Gele Gevaarte
Ik heb de oplossing gevonden van mijn Aladin-vraag (2 april 2009 op deze blog).
In de bibliotheek!
Wanneer men in de middeleeuwen wilde varen van, laat ons zeggen Portugal naar Amerika (om dit te ontdekken b.v.) kon men gemakkelijk weten of men teveel naar links of naar recht afweek. Daartoe werd d.m.v. de sterren de breedtegraad berekend. Maar nooit wist iemand hoever ze van Portugal of Amerika verwijderd waren want geen kat kon lengtegraden berekenen. Het varen op open zee was hierdoor heel beperkt en onnoemlijk veel schipbreuken waren het gevolg. Honderden methodes werden uitgeprobeerd, sommige belachelijk, sommige gruwelijk, sommige vernuftig. Nog in het begin van de achttiende eeuw loofde het Britse koningshuis een beloning uit voor wie een antwoord bedacht. Pas in 1764 werd het probleem opgelost. Over die eeuwenlange zoektocht schreef Dava Sobel een heel leesbaar boekje: “Lengtegraad”.
Wanneer men dan terzelfdertijd weet dat een halve eeuw voor Columbus de Chinezen met een enorme vloot de wereld rondvoeren dan vraagt men zich af hoe de Chinezen tegen het lengtegraadprobleem aankeken.
“Aladin” wist het ook niet.
In “1434” van Gavin Menzies staat het antwoord. Te technisch om hier weer te geven maar het boek, uit 2008, staat vol verrassingen: Christoffel Columbus, op weg naar Amerika, was in het bezit van een kaart van Amerika. Ondanks een hoog von Dänikengehalte spelen niet de goden maar de Chinezen hier een rol. Ik citeer even uit de achterflap: “… Onder leiding van Zheng He voer deze vloot uit naar alle hoeken van de wereld om de Chinese kennis en beschaving op de ‘barbaren’ over te brengen. In 1434 arriveerde een vloot van vele honderden schepen in Toscane. In Florence ontmoetten de Chinezen paus Eugenius IV aan wie ze hun rijke kennis en diepe inzichten op talloze gebieden presenteerden (…) In zijn boek laat Menzies met overtuigend bewijsmateriaal zien dat dit geschenk van doorslaggevende invloed is geweest op de ontwikkeling van de renaissance, inclusief de mechanische ontwerpen van Leonardo da Vinci, de Copernicaanse Revolutie en de ontdekkingen van Galilei.”
De ondertitel van het boek luidt dan ook “Het jaar waarin China de Italiaanse renaissance deed ontbranden”.
In de bibliotheek!
Wanneer men in de middeleeuwen wilde varen van, laat ons zeggen Portugal naar Amerika (om dit te ontdekken b.v.) kon men gemakkelijk weten of men teveel naar links of naar recht afweek. Daartoe werd d.m.v. de sterren de breedtegraad berekend. Maar nooit wist iemand hoever ze van Portugal of Amerika verwijderd waren want geen kat kon lengtegraden berekenen. Het varen op open zee was hierdoor heel beperkt en onnoemlijk veel schipbreuken waren het gevolg. Honderden methodes werden uitgeprobeerd, sommige belachelijk, sommige gruwelijk, sommige vernuftig. Nog in het begin van de achttiende eeuw loofde het Britse koningshuis een beloning uit voor wie een antwoord bedacht. Pas in 1764 werd het probleem opgelost. Over die eeuwenlange zoektocht schreef Dava Sobel een heel leesbaar boekje: “Lengtegraad”.
Wanneer men dan terzelfdertijd weet dat een halve eeuw voor Columbus de Chinezen met een enorme vloot de wereld rondvoeren dan vraagt men zich af hoe de Chinezen tegen het lengtegraadprobleem aankeken.
“Aladin” wist het ook niet.
In “1434” van Gavin Menzies staat het antwoord. Te technisch om hier weer te geven maar het boek, uit 2008, staat vol verrassingen: Christoffel Columbus, op weg naar Amerika, was in het bezit van een kaart van Amerika. Ondanks een hoog von Dänikengehalte spelen niet de goden maar de Chinezen hier een rol. Ik citeer even uit de achterflap: “… Onder leiding van Zheng He voer deze vloot uit naar alle hoeken van de wereld om de Chinese kennis en beschaving op de ‘barbaren’ over te brengen. In 1434 arriveerde een vloot van vele honderden schepen in Toscane. In Florence ontmoetten de Chinezen paus Eugenius IV aan wie ze hun rijke kennis en diepe inzichten op talloze gebieden presenteerden (…) In zijn boek laat Menzies met overtuigend bewijsmateriaal zien dat dit geschenk van doorslaggevende invloed is geweest op de ontwikkeling van de renaissance, inclusief de mechanische ontwerpen van Leonardo da Vinci, de Copernicaanse Revolutie en de ontdekkingen van Galilei.”
De ondertitel van het boek luidt dan ook “Het jaar waarin China de Italiaanse renaissance deed ontbranden”.
zondag 27 september 2009
Planeet Google
Op de laatste bladzijde van ‘Planeet Google’ staat een merkwaardige opmerking.
De voorafgaande bladzijden behandelen de opkomst en de snelle ontwikkeling van Google gelinkt aan de snelle ontwikkeling van het Internet. Het boek beschrijft hoe Google tewerk gaat om àlle kennis en informatie ter wereld te beheren. Bedrijven worden overgenomen, personeel wisselt en in tien jaar tijd is er zodanig veel gebeurd dat het amper bij te houden is. Niemand had zich die snelheid kunnen voorstellen, laat staan voorspellen.
Tot op de laatste bladzijde aan Eric Schmidt, CEO van Google, een schatting gevraagd wordt van de tijd die Google nodig denkt te hebben om alle informatie op aarde te verzamelen. Schmidt antwoordt: ‘We hebben wat rekenwerk gedaan en we kwamen uit op driehonderd jaar.’
Twee middeleeuwse termen in één antwoord: ‘Driehonderd jaar’, en ‘wat rekenwerk doen’.
Eric Schmidt zit er 10 jaar met zijn neus bovenop hoe razendsnel de wereld verandert en ineens is de aarde terug plat. Had hij dan nog gezegd vijf jaar, of nog eens tien jaar. Zal Google er nog staan binnen 300 jaar? En zo ja, nog op dezelfde manier? Zullen er nog computers zijn? Of eerders iets bionisch? Iets met een Chinese naam? Of iets wat we ons nu niet kunnen voorstellen, laat staan voorspellen?
Zal er in de loop van de komende 300 niet ondertussen nog wat kennis bijkomen? En wat voor soort kennis zal dat zijn? Met welke parameters zou Schmidt dàt ingecalculeerd hebben in het ‘rekenwerk’?
De voorafgaande bladzijden behandelen de opkomst en de snelle ontwikkeling van Google gelinkt aan de snelle ontwikkeling van het Internet. Het boek beschrijft hoe Google tewerk gaat om àlle kennis en informatie ter wereld te beheren. Bedrijven worden overgenomen, personeel wisselt en in tien jaar tijd is er zodanig veel gebeurd dat het amper bij te houden is. Niemand had zich die snelheid kunnen voorstellen, laat staan voorspellen.
Tot op de laatste bladzijde aan Eric Schmidt, CEO van Google, een schatting gevraagd wordt van de tijd die Google nodig denkt te hebben om alle informatie op aarde te verzamelen. Schmidt antwoordt: ‘We hebben wat rekenwerk gedaan en we kwamen uit op driehonderd jaar.’
Twee middeleeuwse termen in één antwoord: ‘Driehonderd jaar’, en ‘wat rekenwerk doen’.
Eric Schmidt zit er 10 jaar met zijn neus bovenop hoe razendsnel de wereld verandert en ineens is de aarde terug plat. Had hij dan nog gezegd vijf jaar, of nog eens tien jaar. Zal Google er nog staan binnen 300 jaar? En zo ja, nog op dezelfde manier? Zullen er nog computers zijn? Of eerders iets bionisch? Iets met een Chinese naam? Of iets wat we ons nu niet kunnen voorstellen, laat staan voorspellen?
Zal er in de loop van de komende 300 niet ondertussen nog wat kennis bijkomen? En wat voor soort kennis zal dat zijn? Met welke parameters zou Schmidt dàt ingecalculeerd hebben in het ‘rekenwerk’?
zondag 19 juli 2009
woensdag 1 juli 2009
Sociaal
Enkele aanvullingen bij het lijstje ‘dingen die niet lukken’ : De handomdraai waarmee ik met Widgetbox een stukje code op een website kan plaatsen is een slag in het water.
Lijstjes maken op Zoeken.bibliotheek lukt. Maar ik kan ze niet, zoals mijn collega ‘wasikmaar23’, op mijn blog plaatsen. En een schermafbeelding importeren is te zielig. Konikzemaaralle23!
Ik moet het hele My Discoveriesverhaal nog eens herlezen want ook importeren vanuit Librarything gaat niet.
Ik las de samenvatting van het artikel ‘Zoeken in de catalogus: tien trends’ en ik las ook de reacties op het artikel. Een zeker Patrick Vanhoucke schrijft ‘Ik wil geen klaagzang aanheffen, maar wij - bibliotheken - kunnen het tempo van wat technologisch haalbaar is niet volgen’. Waarop hij de verschilllende redenen opnoemt waardoor dit niet kan.
Toen er ernstig over gedacht werd vliegtuigen uit te vinden waren er mensen die beweerden dat deze nooit bruikbaar zouden zijn. Het menselijk lichaam kon nooit de druk als gevolg van de fabelachtige snelheden, weerstaan.
Dit bleek evengoed een misrekening als het verhaal van de koeien die geen melk meer produceerden zolang de stoomtrein lang hun weide passeerde.
Maar dit: Ruimtereizen vinden hun beperking niet zozeer in moeilijke technologische problemen maar in het simpele feit dat de mannen in de raket water drinken. Een reis naar Mars zit er voorlopig niet in want de watervoorraad is een hinderpaal.
Hoogbouw kan technisch gezien nog uitgebreid worden. De ingenieurs zijn er, het materiaal is er. Maar de mensen die op de 140ste verdieping moeten zijn nemen de lift. Het stijgend aantal verdiepingen doet het aantal liftgebruikers toenemen (stijgen) en dus ook het aantal noodzakelijke liften. Onbeperkte hoogbouw wordt tegengehouden doordat een te groot deel van het vloeroppervlak uiteindelijk uit lift zou bestaan. Dat de mens de maat van de dingen is, is misschien niet helemaal waar, maar hij spreekt er toch een woordje in mee.
‘Computer en internet in het onderwijs’ is technisch geen probleem. Maar het personeel bestaat voor een deel uit leerkrachten, die weliswaar geen klaagzang willen aanheffen, maar die het tempo van wat technologisch haalbaar is, niet kunnen volgen.
Vervang leerkrachten door bibliotheekpersoneel, vervang personeel door gebruiker…
Lijstjes maken op Zoeken.bibliotheek lukt. Maar ik kan ze niet, zoals mijn collega ‘wasikmaar23’, op mijn blog plaatsen. En een schermafbeelding importeren is te zielig. Konikzemaaralle23!
Ik moet het hele My Discoveriesverhaal nog eens herlezen want ook importeren vanuit Librarything gaat niet.
Ik las de samenvatting van het artikel ‘Zoeken in de catalogus: tien trends’ en ik las ook de reacties op het artikel. Een zeker Patrick Vanhoucke schrijft ‘Ik wil geen klaagzang aanheffen, maar wij - bibliotheken - kunnen het tempo van wat technologisch haalbaar is niet volgen’. Waarop hij de verschilllende redenen opnoemt waardoor dit niet kan.
Toen er ernstig over gedacht werd vliegtuigen uit te vinden waren er mensen die beweerden dat deze nooit bruikbaar zouden zijn. Het menselijk lichaam kon nooit de druk als gevolg van de fabelachtige snelheden, weerstaan.
Dit bleek evengoed een misrekening als het verhaal van de koeien die geen melk meer produceerden zolang de stoomtrein lang hun weide passeerde.
Maar dit: Ruimtereizen vinden hun beperking niet zozeer in moeilijke technologische problemen maar in het simpele feit dat de mannen in de raket water drinken. Een reis naar Mars zit er voorlopig niet in want de watervoorraad is een hinderpaal.
Hoogbouw kan technisch gezien nog uitgebreid worden. De ingenieurs zijn er, het materiaal is er. Maar de mensen die op de 140ste verdieping moeten zijn nemen de lift. Het stijgend aantal verdiepingen doet het aantal liftgebruikers toenemen (stijgen) en dus ook het aantal noodzakelijke liften. Onbeperkte hoogbouw wordt tegengehouden doordat een te groot deel van het vloeroppervlak uiteindelijk uit lift zou bestaan. Dat de mens de maat van de dingen is, is misschien niet helemaal waar, maar hij spreekt er toch een woordje in mee.
‘Computer en internet in het onderwijs’ is technisch geen probleem. Maar het personeel bestaat voor een deel uit leerkrachten, die weliswaar geen klaagzang willen aanheffen, maar die het tempo van wat technologisch haalbaar is, niet kunnen volgen.
Vervang leerkrachten door bibliotheekpersoneel, vervang personeel door gebruiker…
Abonneren op:
Posts (Atom)

